Kleurgenetica bij katten

Bijgewerkt 18 februari 2012

Inhoud:

1: Inleiding
2:
De basiskleuren zwart en rood
3: Aftekening, gestreept (mackerel) en gemarmerd (blotched/classic)
4: Dominante en recessieve eigenschappen
5: Kleureigenschappen die invloed hebben op de basiskleuren zwart/rood
6: Wat is verdunning
7: Wat is zilver
8: Wat is effen
9: Wat is smoke

10: Schildpad, torie (effen schildpad) en torbie (tabby schildpad)
11: Schildpad katers
12:Ghostmarking
13: Het effect van effen op rood
14: Gekleurde katten met wit
15: Helemaal witte katten en odd eyed
16: Schaakborddiagram (kansberekeningen maken van kleureigenschappen)
17: Polygenen

 

1:Inleiding

Menig maal heb ik mensen uit proberen te leggen hoe het nu werkt met de vererving van kleuren bij katten. Fokkers en beginnend fokkers zijn daar vaak in geïnteresseerd. Voor mij is het gesneden koek, ik hoef er geeneens meer over na te denken om te weten wat voor kleurtjes en aftekeningen ik uit een bepaalde "combinatie" al dan niet kan verwachten. Omdat het er simpelweg "ingesleten" zit bij mij, is het des te moeilijker om het aan anderen uit te leggen, maar ik ga mijn best doen om dit zo duidelijk mogelijk te doen.

De kleurgenetica die ik op deze pagina aan bod laat komen, gaat puur over de kleuren en aftekeningen die mogelijk zijn bij de Maine Coon. Bij bijvoorbeeld Perzische katten en oosterse korthaar rassen, burmezen, enz. zijn nog veel meer kleuren mogelijk. Niet te vergeten de Siamese point aftekening waarbij een bepaald gen zorgt voor alleen kleur op de koude delen van de kat (oren, poten, staart). Gelukkig hebben wij als Coonfokkers daar niets mee te maken.

Hoofdstuk 2 t/m 14 beslaat vooral welke kleuren en aftekeningen er mogelijk zijn bij katten en wat voor varianten daarop mogelijk zijn. Vooral veel plaatmateriaal en uitleg over de diverse kleuren en aftekeningen komen daarin aan bod. Pas aan het eind van deze pagina, hoofdstuk 15 en 16, vertel ik hoe bepaalde kleureffecten en aftekeningen vererven.

2: De basiskleuren van de kat rood en zwart

Om bij het begin te beginnen, de genetische basiskleuren van een kat zijn zwart, rood of zwart/rood (schildpad). Naast deze basiskleuren bestaan er allerlei genen die invloed hebben op die basiskleuren, zoals verdunning (blauw, crème en blauw/crème), zilver of kan het zo zijn dat op bepaalde delen van de kat de kleur verdreven is door wit. Daarnaast kunnen kleuren zich effen of tabby (met tekening) manifesteren. Ik zal in diverse hoofdstukken al deze genen en hun uiterlijke vertoningen aan de orde laten komen incl. voorbeeldmateriaal. Maar eerst blijf ik even bij de basiskleuren zwart en rood.

De pure basiskleur(en) dragen alle katten genetisch gezien bij zich, zelfs totaal witte katten hebben onzichtbaar in de genen zwart, rood of zwart/rood zitten. Iedere kat bezit altijd minimaal één basiskleur, dus rood of zwart en maximaal 2 basiskleuren rood/zwart (alleen poezen, katers hebben altijd maar 1 kleur, lees punt 11). De basiskleuren (zwart/rood) vererven via de geslachtschromosomen, waar ieder zoogdier er 2 van heeft. 1 Gekregen van pap en 1 gekregen van mam. Zoogdieren hebben allemaal 2 chromosomenparen (ook 1 Paar van pap en 1 paar van mam). Al deze chromosomen tezamen bevatten alle genen die het erfelijke materiaal van het zoogdier bij zich dragen. Katten hebben 38 chromosomen, dus 19 chromosomenparen. 2 Van die chromosomen (dus één paar) zijn de geslachtschromosomen. Heeft de kat de 2 geslachtschromosomen XX dan is het een meisje (poesje) en bij de geslachtschromosomen XY is het een jongetje (kater). Op het Y-chromosoom bevindt zich geen basiskleur. Dit is meteen de reden waarom een kater nooit schildpad (dus rood/zwart of crème/blauw) kan zijn. Een kater heeft dus alleen op het X-chromosoom kleur zitten.
*Het volgende is algemeen van aard, maar maakt het verhaal naar mijn idee iets duidelijker: Het is zo dat de kater altijd het geslacht bepaalt van zijn kittens. Immers de poes kan geen ander chromosoom doorgeven dan een X, omdat zij twee X-chromosomen bezit. Welk geslacht het kitten zal krijgen, hangt er van af of papa zijn X-, of zijn (kleurloze) Y-chromosoom zal doorgeven aan zijn baby. Geeft hij een X, dan wordt dat samen met de X van mama XX (poes) en geeft hij een Y dan wordt dat samen met het X-chromosoom van mama XY (kater).
 Er kan per chromosoom slechts één basiskleur aanwezig zijn. Een kater kan er alleen schildpad uitzien als er een \foutje heeft plaatsgevonden (Meer info bij punt11).
 

De basiskleuren rood en zwart zijn beide even dominant. Als een poes toevallig bedeeld is met één X-chromosoom met rood en het andere X-chromosoom met zwart, dan is zij schildpad, dus rood/zwart. Rood en zwart zijn dus beide even dominant. De beide kleuren worden dan zichtbaar gemêleerd in de kat. Officieel wordt in de kleurgenetica gesproken over O voor rood (orange) en o voor zwart. Een schildpad is dus Oo, een zwarte poes oo, een zwarte kater maar 1 o (omdat hij immers op zijn Y-chromosoom geen basiskleur draagt), een rode poes is dus OO en een rode kater O.

Alle andere genen die invloed hebben op de basiskleuren (verdunning, zilver, effen, met witte vlekken, etc.), zijn wel te verdelen onder de noemer dominant of recessief (definitie hiervan volgt verderop).

Op de foto is een zwart/rood, dus een schildpad, kitten te zien. Haar ene X-chromosoom draagt dus rood en haar andere X-chromosoom draagt zwart.

Overigens heeft men de geslachtschromosomen X en Y genoemd omdat ze onder de microscoop respectievelijk iets weg hebben van een X- en een Y-vorm. Het Y-chromosoom is kleiner, vandaar dat hier minder genen op passen.

 

Rood (zoals links te zien) en zwart (zoals rechts te zien), zijn de 2 basiskleuren van de kat. Deze 2 katten zijn beide tabby.

 

 

 

 

 

3: Aftekeningen: Gestreept (mackerel), gemarmerd (blotched of classic), spotted en ticked

Bij een Maine Coon die niet effen is (dus een tabby) zijn diverse patronen te onderscheiden. De meest voorkomende aftekeningen van een tabby Maine Coon zijn of gemarmerd (blotched/classic)of gestreept (mackerel). Ook komt het soms voor dat het patroon van een Maine Coontje gestipt lijkt (spotted). Spotted is eigenlijk een opengebroken mackerel, maar wordt toch apart aangeduid. Ook zie je steeds meer ticked Maine Coons, een aftekening die je veel ziet bij de somali en abassijn.

Op de foto links is een Maine Coon te zien die een spotted aftekening heeft

 

De poes hieronder is een zilver schildpad gestreepte dame. Je ziet dat bij gestreepte exemplaren de aftekening niet meer duidelijk te zien is op de zijflank. Dit komt door de lange vacht van de kat, de kleuren mixen met elkaar, waardoor het patroon vervaagt. Als je een gestreepte kat van een kortharig ras ziet, dan zijn de strepen wel duidelijk zichtbaar. Ook als een langharig kitten nog erg jong is (dus korte vacht), zie je veel duidelijker het patroon.

Bij de kater hieronder is de gemarmerde aftekening duidelijk zichtbaar.
Hij is een zilver gemarmerd, over zilver later meer.

De recessieve variant van tabby is effen. Hier ga ik later op in.

4:Dominante en recessieve eigenschappen

Lastiger is het uit te leggen hoe het werkt met de eigenschappen die invloed hebben op de basiskleuren. Zoals ik al eerder zei, hebben we hier te maken met dominante en recessieve eigenschappen. Recessief betekent het tegenovergestelde van dominant. De eigenschappen die invloed hebben op de basiskleuren zijn, in tegenstelling tot de basiskleuren zelf, niet geslachtsgebonden. Dus deze eigenschappen worden net zo goed doorgegeven door katers als door poezen. Een gen met een dominante eigenschap voor kleur, is altijd visueel zichtbaar in de kat. Daar tegenover staat dat een recessieve kleureigenschap alleen zichtbaar is, wanneer er geen dominante tegenhanger aanwezig is. Dus in dit geval moet de kat op beide chromosomenparen het recessieve gen bezitten voor die specifieke eigenschap om het zichtbaar te maken. De dominante component is dan namelijk niet aanwezig om het recessieve te overrulen. Een recessieve kleureigenschap kan genetisch wel aanwezig zijn maar niet zichtbaar zijn. In dit geval bezit de kat maar één maal die recessieve eigenschap en één maal de dominante component. Dit recessieve gen is dan wel onzichtbaar aanwezig en kan dus wel weer doorerven naar de volgende generatie. Maar het is een verrassing of dit al dan niet gebeurt. Om dit gen weer zichtbaar naar voren te krijgen in de volgende generatie, moet je een partner zoeken die op minimaal één, maar het liefst op 2 "kanten" het recessieve gen draagt. De kans is dan hoog dat moedertje natuur kittens geeft die weer 2 van de recessieve genen bezitten, waardoor de eigenschap weer zichtbaar wordt.

5:De kleureigenschappen die invloed hebben op de basiskleuren zwart/rood

Als eerste zal ik op een rijtje zetten welke eigenschappen effect hebben op de basiskleuren zwart en rood. Meteen wordt ook zichtbaar welke eigenschappen tegenover elkaar staan en welke dominant en welke recessief zijn. De dominante eigenschappen hebben een hoofdletter gekregen en de recessieve eigenschappen hebben een kleine letter gekregen. Op deze hoofdletters kom ik in hoofdstuk 15 terug. De hieronder genoemde letters met daar aan vast gekoppeld een genetische eigenschap, zijn officieel.

D staat voor Density (dichtheid van de kleur) dus al dan niet verdund
I staat voor Inhibitor (remmer van kleur), dus zilver
S staat voor witte vlekken
W staat voor helemaal Wit
T staat voor Tabby

Dominant: Recessief:
Niet verdund (rood en zwart) D Verdund (crème en blauw) d
Met zilver I Zonder zilver i
Witte vlekken S Zonder witte vlekken s
Tabby (tekening) T Effen (geen tekening) t
Helemaal wit W Gekleurde kat w

Uit het bovenstaande zou je af kunnen leiden dat effen blauwe, effen crème of effen blauw/crème katten zonder zilver en zonder witte vlekken het meest schaars moeten zijn. Deze katten bezitten alleen maar recessieve genen voor alles wat met kleur te maken heeft bij de Maine Coon.

6: Wat is verdunning (gen d)

Het verdunning gen is een gen wat de intensiteit van de basiskleur beïnvloedt. De "verdunde" variant van zwart is blauw en de verdunde variant van rood is crème. Het verdunning gen zorgt er voor dat de kleur minder intens wordt. Verdunning is een recessieve eigenschap, dus de kat moet van papa EN van mama dit gen krijgen, anders ziet de kat er nooit verdund, dus blauw, crème of blauw/crème (schildpad) uit.

   

Op de foto links is een rood kitten te zien en op de foto rechts een crème kater. Het rode kitten is veel intenser van kleur dan de crème kater. De intensiteit van rood en crème kan wel per kat variëren, waardoor bijvoorbeeld een vrij vaal rode kat bijna crème lijkt.

 

 

 

De poes links is zwart tabby, de meest voorkomende kleur bij de Maine Coon. De kater rechts is blauw tabby. De intensiteit van het zwart van het katertje is lichter geworden, meer grijs-achtig.

 

 

    Links zwart schildpad tabby, rechts blauw schildpad tabby. Ook schildpad is er in alle mogelijke varianten. Sommige poezen hebben heel spaarzaam rood of crème en anderen, zoals de poes links, hebben veel rood/crème. Een trucje om te kunnen determineren of een poes schildpad is of niet, is kijken naar de voetzooltjes. Zitten er roze vlekjes op de zooltjes, dan is de poes schildpad. Let wel: Dit trucje werkt alleen bij katten zonder witte vlekken.

 

7:Wat is zilver (gen I)

Het zilvergen zorgt er voor dat de pigmentkorrels (dus de kleur) in de haarschacht naar de punt toe gedreven worden. Het deel van het haar het dichtst bij de huid, is pigmentloos en ziet er zilverwit uit. Zilver is een dominante eigenschap. De kat hoeft dus slechts van één ouder het gen te krijgen om het zilver te kunnen tonen in de vacht.

 

Op de foto's hierboven zijn links een zwart zilver tabby met wit en rechts een blauw zilver tabby met wit kater te zien. Als je de vacht zou openblazen zie je duidelijk dat er bij het begin van de haar geen kleur zit. Op de plaats waar bij een "gewone" tabby geelachtig banden tussen het zwart zichtbaar zijn, zie je bij een zilver dat deze banden licht (zilverachtig) van kleur zijn. Dit zilver geeft tevens meer contrast in de tekening van de kat. Bij het blauw zilveren kitten is dit contrast in de tekening kleiner dan bij de zwart zilveren kater, omdat blauw minder intens van kleur is dan zwart

 

Links is een crème zilver tabby kater te zien en rechts een rood zilver tabby kitten. Het verschil tussen een rood zilver of crème zilveren kat is vaak moeilijk te zien. Dit probleem wordt vaak nog extra bemoeilijkt als een rood zilveren kat veel zilver heeft, zodat des te meer van de kleur verdrongen is en de kat dus lichter lijkt. In dit geval is het vooral van belang te kijken naar de warmte van de kleur. Rood heeft een warmere kleur dan crème.

Bijvoorbeeld de kleur van de kater op het plaatje hierboven, kan gemakkelijk verward worden met crème zilver. Deze kater bezit zo veel zilver, dat slechts de uiterste puntjes rood zijn. Men noemt dat ook wel shaded. In daglicht moet de intensiteit van de kleur bekeken worden, misschien zelfs door een kenner. Vaak is de kleur het beste te determineren als het kitten nog bij de moeder drinkt. Om het zeker te weten, kan de kater gekruist worden met bijvoorbeeld een effen blauwe poes (liefst zonder zilver). Als er dan rode/zwarte of zwarte kittens uit komen, weet je dus zeker dat de kater rood zilver is en niet crème zilver. Rood zilver wordt ook wel Cameo genoemd.

8:Wat is effen (gen t)

Effen is een recessieve eigenschap die er voor zorgt dat de lichte, geelachtige banden in de tabby tekening van de kat worden vervangen door zwart of blauw pigment.

 

Links is een effen zwart katertje te zien. De kater rechts is effen blauw. De blauwe kater is, naast effen, ook verdund van kleur. Hij is dus in het bezit van 2 recessieve genen voor effen en 2 genen voor verdunning. Deze kleur is dus vrij zeldzaam vergeleken bij andere kleuren.

 

9:Smoke (genen I)

Ook effen katten kunnen het zilvergen bezitten. Dan spreken we over smoke.

De foto links toont een zwart smoke kater. De foto rechts een zwart smoke met wit poes. Als je de vacht open blaast zie je duidelijk dat de vacht aan de kant van de huid zilverwit is. Bij de linker foto zie je het zilver duidelijk in de kraag.

 

 

De kater op de afbeelding hiernaast is blauw smoke met wit. Hij heeft dus 2 genen voor verdunning (dd) en 2 genen voor effen (tt). Dit is dus een kleur die vrij zeldzaam is vergeleken bij vele andere kleuren. De ghostmarking is te zien rond de ogen en op de poten.


De poes hierboven heeft geen zilver. Dit ter vergelijk met de foto's van de katten met zilver (dus smoke) boven dit plaatje. Deze kleur noem je effen blauw wit. Om te bepalen of zij echt geen zilver (dus geen smoke) is, moet de vacht open geblazen worden. Zijn alle haren tot op de huid blauw, dan is er sprake van effen blauw. Het neusleertje is ook weer effen blauw en rond de ogen is geen tekening te zien.

10: Schildpad, tortie (effen) en torbie (tabby)

Ook de kleur schildpad is natuurlijk onderhevig aan alle mogelijke genetische invloeden. Bij schildpad is het echter soms moeilijk vast te stellen of het effen gen nu wel of niet invloed heeft gehad op de basiskleuren rood-zwart van een schildpad poes. Omdat het effen gen uiterlijk gezien weinig invloed heeft op rood, moet je deze eigenschap vaststellen aan de hand van het zwart (of blauw) wat je op de kat ziet. Het gemakkelijkst is het te zien aan het neusleertje, mocht het neusleertje zich in een "zwarte" omgeving bevinden. Is de kat toevallig rond het neusje wit of rood, dan is het neusleertje roze en kun je dus niet aan de hand van het neusleertje vaststellen of de kat effen is. Ook hele kleine tabbykittens hebben effen zwarte neusleertjes, pas na een week of 7 verkleurt het neusleertje van een tabbykitten. Een heel enkele keer zie je wel eens een tabby kat met een behoorlijk zwart neusleertje, de theorie via het neusleertje het al dan niet effen vast te stellen is dus niet 100% waterdicht. Een tabby kat heeft doorgaans een gekleurd neusleertje (steenroodachtig) met daar omheen een zwart of donker randje. Een effen zwarte kat zonder witte vlekken heeft een effen zwart neusleertje en een effen blauwe zonder witte vlekken een helemaal blauw neusleertje, dit geldt dus ook voor effen schildpad poezen, mits er rond het neusje zwart zit.

De poes op de foto hier onder is zwart smoke schildpad. Voor een leek is deze poes aan de hand van de vacht moeilijk te determineren. Dit poesje is dus effen, smoke is immers effen met zilver. Dit poesje heeft zwarte stukken rond haar neusje. En dus is het neusje helemaal pikzwart. Ook haar rechter snorhaarkussentje is zwart, bij tabbykatten is dat een stuk lichter van kleur.

Ook kun je effen bij een schildpad vaststellen door te kijken of het zwart rond de ogen geen "brilletje" toont. Bij het poesje op de foto hierboven, gaat die theorie niet op. Effen zwarte vlekken op de buik, broek of de binnenbenen van de kat, duiden ook op effen (dit is vooral handig bij schildpad poezen met veel wit). Immers een tabbykat heeft een lichtgekleurde buik en binnenbenen, dus zou dat op de plaatst waar een tabby kat wit is op die plaatsen ook zo zijn als er geen wit op die plek had gezeten.
Soms komt het voor dat een schildpad poes zo veel wit heeft dat het niet vast te stellen is of ze nu effen is of niet. Dan kom je er soms pas achter als de poes nageslacht krijgt. Als beide ouders van de poes effen zijn, dan is het echter wel zeker dat ze effen is.
Het verschil tussen torbie en tortie is nu gemakkelijk uit te leggen. De term torbie wordt gebruikt bij een schildpad die tabby is en een tortie kat is een poes die schildpad effen is.

 

De poes links is een torbie (schildpad tabby) en de poes rechts is een tortie (schildpad effen). Bij haar is het neusleertje effen zwart en het zwart rond de ogen toont geen tekening/brilletje op de plekken van het zwart.

 

 

 

 

 

 

   

Hiernaast 2 voorbeelden van zwart smoke schildpad (tortie smoke) dames met witte vlekken. Bij de linker poes is het deel van het neusleertje wat zich in een zwarte omgeving bevindt, effen zwart. Het rechter kitten heeft een duidelijke ghostmarking (zie volgende hoofdstuk) naast en rond de ogen en is dus bedeeld met meer zilver dan de smoke schildpad poes op de linker foto.

 

 

 


Dit is het smoke schildpad wit poesje van de rechter foto boven deze foto als volwassen poes.
De Ghostmarking is wat minder geworden rond de ogen, in de staart zie je duidelijk het zilver.

Ook dit kitten is smoke schildpad-wit, vooral de kin verraadt dat zij effen is en de binnehoeken van haar ogen en het zwart aan de rechter kant naast het rechter oog, daar zie je het ook aan.


De poes hierboven is zwart schildpad gemarmerd met wit. Omdat zij tabby is, is het grootste deel van haar achterkant lichtgekleurd.


Van de poes hierboven zou je in eerste instantie niet zeggen dat zij een effen schildpad is. Een kenner zou wel een vermoeden hebben. Je ziet het niet goed omdat zij rond haar ogen rood is en een roze neusleertje heeft. Rood vertoont altijd tabbytekening, ookal is de kat genetisch effen. Op de foto's hieronder wordt bewezen dat deze poes werkelijk een effen schildpad met wit poes is.

   
In vergelijking met de poes rechts (die dus tabby is), is op de linker poot van de poes links bovenaan een zwarte vlek te zien. Deze duidt aan dat zij een effen is. Let wel, de ene tabby is de ander niet, dus de ene heeft ook een donkerdere achterkant dan de ander. Maar als de haren zoals de vlek op de linker poot van het linker plaatje tot op de huid pikzwart zijn, dan is het vrij zeker een effen kat.


Dit is een foto van dezelfde poes. De bovenkant van de kop is helemaal in en in zwart. Het zwarte deel vertoont nergens iets van tekening en alle haren zijn tot op de huid pikzwart. Dit is het tweede bewijs dat zij een effen is. Ook de achterkant van de oren zijn bij tabby's doorgaans deels bruinig, bij deze poes is het zwart ECHT zwart (op de plekken waar geen rood zit).


Het poesje hierboven is een effen blauw schildpad met wit. De kleuren zijn minder intens dan van het poesje boven dit plaatje, waaraan je verdunning herkent. Daarnaast zit er rond het linker oog geen 'brilletje' wat duidt op effen. Bij het rechter oog is weer te zien dat het crème wél tekening vertoont.

11: Schildpad katers
Zoals al eerder beschreven kan het theoretisch niet voorkomen dat een kater een schildpad is. Een kater heeft een X en een Y chromosoom. Het Y chromosoom draagt geen basiskleur met zich mee. Slechts het X-chromosoom is voorzien van een basiskleur (hetzij zwart, hetzij rood). Daarom kan een kater theoretisch gezien dus geen schildpad zijn. Echter zijn er toch enkele uitzonderingen:
1: XXY. De kater heeft per ongeluk een chromosoom te veel gekregen. Hij is in plaats van XY, XXY. Omdat het een fout van de natuur betreft, is de kater dan sterliel.
2: Chimera: Tijdens het prille embryonale begin van de zwangerschap kan het voorkomen dat twee klompjes cellen samensmelten. Oorspronkelijk zouden deze twee klompjes twee aparte individuen worden, maar is er uiteindelijk maar één kitten uit geboren. Het kan zijn dat bepaalde delen van het lichaam verschillend DNA hebben. Echter is deze kater doorgaans wel vruchtbaar.
3: Pigment foutje: Soms gebeurt het dat je bij rode katers hier en daar een stukje zwart in de vacht ziet zitten. Soms maar één stukje. Echter is het zwart maar in kleine hoeveelheid aanwezig. Dus de kater toont niet 'echt' schildpad. Deze katers zijn doorgaans gewoon vruchtbaar en vererven alleen rood door. Wel zie je dat dergelijke pigment foutjes vaak wel familie gebonden zijn.
 

12: Ghostmarking

Iedere kat, ook een effen kat, is genetisch toch gestreept (mackerel), gemarmerd (blotched) of gevlekt (spotted) of ticked. Als het effengen dubbel aanwezig is in het genenplaatje van de kat (tt), dan zie je daadwerkelijk een effen kat. Maar toch kun je bij een bepaalde lichtval (vooral felle zon) toch vaag zijn genetische aftekening zien in de vacht. Dit wordt ghostmarking genoemd. Bij smokes is de ghostmarking bij katten met veel zilver vaak erg duidelijk te zien en kan voor leken voor verwarring zorgen.

Op het plaatje hiernaast is een zwart smoke met wit kitten te zien. Op de zijflank van het het zwarte deel van het kitten, schijnt duidelijk op bepaalde plekken het zilver er doorheen. De fokker heeft zich vergist en voor dit kitten een stamboom aangevraagd voor zwart zilver gemarmerd met wit. Deze ghostmarking vertelt dat dit kitten dus duidelijk genetisch gemarmerd is.

13: Het effect van effen op rood

Genetisch effen rood is op het oog moeilijk vast te stellen, toch is er wel degelijk verschil te zien. De kater links onder heeft duidelijk een rodere kin en snorhaarkussens dan de kater rechts onder. De kater linksonder is effen en de kater rechts is een tabby (met dank aan cattery Dynamicats en Tigerlily  )    

     

 

 

14: Gekleurde katten met witte vlekken (gen S)

Het gen voor witte vlekken is dominant en wordt aangeduid met S. Het gen wat er voor zorgt dat de kat geen witten vlekken heeft is dus s. De kat moet op beide kanten het recessieve gen s bezitten, wil de kat geen wit tonen. Er kan veel variatie zitten in het formaat van de witten vlekken op een geleurde kat, van een enkel wit stipje onder de kin of op de buik, tot bijna helemaal wit op een paar vlekjes na. Het gen S is sterk onderhevige aan de invloed van polygenen. Dit zijn genen die invloed hebben op een bepaalde eigenschap, bijv. de mate van diepte van een kleur, de hoeveelheid wit, de hoeveelheid zilver, enz. Deze polygenen werken als een soort optelsom.
Stel je kruist 2 katten. Zij dragen beide een aantal polygenen voor witte vlekken, ongeacht of zij nu een gen s of S doorgeven aan hun nageslacht. Polygenen staan daar los van. Stel kat 1 heeft 5 polygenen voor witte vlekken en kat 2 heeft 20 polygenen voor witte vlekken en deze 2 katten maken een baby. Dan kan kat 1, slechts 1 of een aantal of maximaal 5 polygenen geven aan het kitten om de hoeveelheid wit te bepalen. Kat 2 kan variërend van 1 tot 20 polygenen doorerven. Het is maar net welke hoeveelheid moedertje natuur bepaalt per ouder. Dan zou je zeggen, een kitten met 5 + 20 moet behoorlijk veel wit tonen. Dit is echter alleen waar als het kitten Ss of SS is. Immers als de kat ss is, dan kan hij/zij geen wit tonen, dus hebben de polygenen geen enkele invloed op het uiterlijk van het wit, hoeveel polygenen het er ook zijn. Wel kunnen bij een ss kat deze polygenen doorerven naar de volgende generaties. Als er dan uiteindelijk weer eens een kitten Ss geboren wordt, dan hebben de desbetreffende polygenen weer effect op de hoeveelheid wit die de gekleurde kat toebedeeld krijgt. Soms zie je dus daarom een kitten die veel meer wit heeft dan de ouders tezamen.

Bij schildpad poezen die extreem veel wit hebben kan soms iets bijzonders aan de hand zijn. Als de poes bijna helemaal  wit is met slechts een paar gekleurde stipjes, dan kan het gebeuren dat bij een schildpad poes slechts 1 kleur zichtbaar is. Ogenschijnlijk kan de poes dan rood-wit of zwart-wit tonen. Maar in werkelijkheid kan zij een schildpad zijn. Vaak kun je het uitzoeken door naar de ouders te kijken, dus is vader rood en moeder zwart, dan is automatisch het poesje (vrouwtje) met overmatig veel wit een schildpad. En is vader zwart en moeder ook, dan kan zij geen schildpad zijn. Als de moeder van het kitten met overmatig veel wit een schildpad is, dan is het de vraag of zij een scheldpad is of niet. Daar kom je bijv. achter als het kitten zowel rode als zwarte katertjes geeft, dan is zij dus een schildpad. Of bijv als de hoogwitte moeder die alleen zwarte vlekken toont maal een zwarte kater ineens schildpad poesjes geeft of maal een rode kater ineens rode poesjes geeft.

http://www.belcat.be/nl/kat/breeds/genetics.htm

15: Helemaal witte katten (odd eyed)

Het gen W zorgt er voor dat de oorspronkelijke kleur van de kat totaal 'ondergesneeuwd' wordt door wit. Het gen W is dominant. Dus als een kat Ww is, dan is de kat helemaal wit. Een witte poes heeft onder haar jasje onzichtbaar gewoon 2 kleurgenen op haar X-chromosomen zitten. Een witte poes kan dus eigenlijk genetisch schildpad zijn. In verband met de verhoogde kans op doofheid mogen nooit twee katten met het gen W met elkaar gekruist worden. Een witte kat moet dus altijd gekruist worden met een gekleurde kat om te voorkomen dat we een kat krijgen die WW is. Bij witte katten zijn vaak de ogen blauw of odd eyed (twee verschillend gekleurde ogen), maar ook de kleuren die je ziet bij gekleurde katten (dus bijv 2 gele of 2 groene ogen) is mogelijk.

Een compleet witte Maine Coon, in dit geval ook doof

Odd eyed zie je soms ook bij gekleurde Maine Coons. Meestal hebben deze katten veel wit. Het kitten op de foto hieronder is een bijzonder exemplaar, het kitten heeft weinig wit maar is toch odd eyed. Dit zie je zelden!


Met dank aan cattery Tigerlily

16: Schaakborddiagram (kansberekeningen maken van kleureigenschappen)

Hieronder heb ik het beruchte schaakborddiagram afgebeeld, wat je misschien bekend voorkomt van je schooltijd, les biologie. Het is een gemakkelijke manier om te "berekenen" hoeveel kans de aanstaande baby's van je kater en poes zullen hebben op bepaalde genetische eigenschappen. Let wel, het is de kans die de kittens hebben, moedertje natuur bepaalt uiteindelijk welke genen zij het kitten toebedeelt. Ik zie het altijd zo: "Moedertje natuur gooit voor ieder individueel kitten iedere keer een hand vol dobbelsteentjes die bepalen hoe dat specifieke kitten er uit gaat zien".

In het voorbeeld hieronder is een rode kater maal een zwarte poes gekruist. We hebben hier dus nog niet te maken met dominante en recessieve factoren, omdat het hier gaat om de 2 basiskleuren. Er wordt in dit geval geen kleureigenschap onderdrukt door een andere eigenschap. In het voorbeeld van het diagram worden alle mannetjes genetisch zwart. Dit omdat mama op haar beide X-chromosomen zwart heeft (anders was zij wel een schildpad geweest, of rood), dus kan zij niets anders dan aan al haar kittens een zwart gen geven. NB: De moeder bepaalt dus altijd de basiskleur van haar katerkittens. Want immers, op het Y-chromosoom, wat de mannetjes van papa meekrijgen, zit geen basiskleur. In dit geval kan het ook niet anders dan dat alle poesjes schildpad worden. Mama geeft dus een zwart gen en papa heeft niets anders te bieden dan een X-chromosoom met een gen voor rood.

Op het schaakborddiagram hieronder zijn meerdere combinatiemogelijkheden toegepast. Als het je het nu al te ingewikkeld is geworden, hier vooral niet naar kijken :-)

 

Het katertje op de foto is crème (dd)tabby. Het kitten is dus genetisch rood, maar het heeft tevens 2 genen voor verdunning waardoor het er crème uitziet. Het recessieve verdunningsgen heeft in dit geval invloed op het uiterlijk van het rood van de kat.
Als dit kitten zou zorgen voor nageslacht, dan krijgen al zijn kittens één gen voor verdunning van hem mee. Mocht hij een poes dekken die tevens in het bezit is van 2 genen voor verdunning, dan ziet zijn gehele nageslacht van dat nest er verdund uit. In dit geval crème/blauw, blauw of crème, hangt van de basiskleur(en) van zijn partner af. Mocht hij een poes dekken met slechts één verdunningsgen, dan zou theoretisch gezien de helft van zijn nageslacht verdund tonen en de andere helft niet verdund.

Nog wat aanvullende info: Je moet ervan uitgaan dat alle katten altijd van iedere eigenschap uit het bovengenoemde lijstje 2 al dan niet recessieve genen bezitten (1 van mama en 1 van papa meegekregen). Dus alle katten hebben 2 genen voor tabby/effen wat betekent OF A: 2 genen voor tabby (TT), OF B:één voor tabby en één voor effen (Tt), OF C: 2 voor effen (tt)). Er bestaan dus geen katten die wat betreft tabby/effen anders in elkaar steken dan  A,B of C. Er bestaan geen katten die T- zijn... of t-. Dit geldt eveneens voor verdunning, zilver, etc... Dus er bestaan alleen maar katten die voor zilver/ zonder zilver II of Ii of ii zijn en voor verdunning alleen maar katten die DD, Dd of dd zijn.

Om het simpel te zeggen, kun je voor iedere in het lijstje genoemde eigenschap een nieuw schaakborddiagram opstellen, per combinatie kater/poes die je wilt gaan doen. Het lastige is alleen, dat je niet altijd weet of je poes of kater in het bezit is van een bepaalde recessieve eigenschap. De dominante eigenschappen kun je wel altijd zien, dus daar kom je niet omheen. Maar hoe weet je of je poes, die bijv. zwart tabby toont, ook effen of verdunning draagt ? Als je geluk hebt, ligt het antwoord in je stamboom. Is één van de ouders van je poes een effen kat, dan weet je 100% zeker dat "op de andere, niet zichtbare kant" van de genenstreng van je poes/kater effen zit. Dus combineer je een dergelijke poes maal een effen kater of een kater die tevens effen draagt (dus effen op "1 kant" draagt), dan kunnen er effen kittens geboren worden, al is deze kans theoretisch gezien tussen de 25% en de 50%. Het is dus niet gegarandeerd dat er effen zal vallen in dit geval, maar voor hetzelfde geld worden er meer dan 50% effen kittens geboren. Niet alleen hangt het verwachte percentage effen kittens af van het aantal recessieve genen van de poes en de kater (dus 1 of 2 genen per kat) maar ook bepalen de dobbelsteentjes die moedertje natuur voor ieder kitten gooit, het uiteindelijke resultaat. Dus gooit zij toevallig elke keer alleen maar het tabby-gen van je poes, dan komen er geen kittens die er effen uitzien, want haar tabby-gen overruled het effen gen van de vader ten aller tijden.

 Het bovengenoemde geldt voor alle recessieve factoren, dus ook voor zonder zilver, zonder wit en verdunning. Als één van de ouders zo'n recessieve eigenschap toont, dan heeft de nakomeling sowieso één gen meegekregen voor die specifieke recessieve eigenschap. Als katten in de stamboom voorkomen met recessieve uiterlijkheden, maar het zijn niet de ouders van je poes/kater, dan is het afwachten wat er gebeurt als er kittens geboren worden. Ook is het interessant om te kijken wat de broertjes en zusjes van je poes/kater voor kleurtjes hebben. Hieruit valt ook af te lezen of jouw poes/kater mogelijk kans heeft een bepaald recessief gen te bezitten, zonder het te tonen. Maar het wil niet zeggen dat als jouw poes een crème broertje heeft, dat jouw poes dan per definitie verdunning draagt. De kans is wel hoger. Pas zeker weet je het als één van de ouders van je poes verdunning toont of als jouw poes of kater een kind krijgt die er verdund uitziet.

Als een kat in het bezit is van een dominant gen van een bepaalde eigenschap, en tevens in het bezit is van de recessieve tegenhanger, dan noemt men deze kat heterozygoot is voor die eigenschap. Dus een tabby kat met één gen voor effen, is heterozygoot voor tabby. Een kat die op beide "kanten" tabby is, noemt met homozygoot voor tabby.

    In het onderstaande schaakborddiagram zijn 2 niet verdunde katten met elkaar gekruist die beide één gen bezitten voor verdunning. De uitkomst is dat er statistisch gezien 25% kans is op DD (dus niet verdunde kittens die ook geen verdunning dragen), 50% op Dd (dus kittens die er niet verdund uitzien maar wel verdunning dragen op hun 2e gen) en 25% kans op dd (kittens die verdund zijn dus blauw of crème of blauw/crème tonen). Ditzelfde diagram kun je ook toepassen met de andere kleureigenschappen tabby/effen (Tt), met zilver/zonder zilver (Ii), etc. Maar ook interessant is het om uit te proberen wat er bijvoorbeeld gebeurt als je een poes kruist die ii is maal een Ii kater. Dan zul je er achter komen dat de helft van de kittens statistisch gezien met zilver worden (Ii) en de andere helft zonder zilver (ii). De kittens bedeeld met Ii zien er zilver uit, maar hebben ook een gen voor zonder zilver. Deze kittens kunnen dus, met de juiste partner, weer kittens krijgen die geen zilver tonen (ii). Vul je op het schaakborddiagram in een poes met TT maal een kater met tt, dan kom je er achter dat alle kittens Tt worden en ze er dus allemaal tabby uit zouden gaan zien.

In het diagram wat hieronder is afgebeeld, zijn meerdere eigenschappen van een bepaalde verparing tegelijk ingevuld. Dit diagram is geschikt voor doorgewinterde kleurfanaten. De O staat voor Orange (de basiskleur rood van de kat) en de kleine o staat voor de basiskleur zwart. Men bedoelt in dit diagram een schildpad (Oo)zilver (Ii) poes met één gen voor verdunning (Dd) te kruisen maal een rood O- (N.B. op Y zit geen basiskleur immers, dus enkel één O voor de kater) zilveren (Ii) kater die tevens in het bezit is van het verdunning-gen (Dd). Beide katten hebben ook één gen voor zonder zilver (Ii). De poes ziet er dus schildpad zilver uit en de kater ziet er rood zilver uit. Je kunt uit het diagram aflezen dat er 25% kans is op kittens die er niet zilver (ii) uitzien en 50% kans op kittens die er wel zilver uitzien, maar tevens één verborgen gen voor zonder zilver bezitten. Deze kittens zijn dus heterozygoot voor zilver (Ii). 25% Van de kittens zijn homozygoot voor zilver (II). Deze 25% kittens kunnen dus alleen maar nageslacht leveren die er zilver uitziet.
Tevens geldt hetzelfde verhaal voor de verdunning in het onderstaande diagram. 25% Van de kittens tonen verdunning (dd), dus zijn homozygoot voor verdunning. 50% Is heterozygoot (Tt) en de overige 25% zal nooit nageslacht kunnen geven die er verdund uitziet (TT).

 

 

Hier naast een voorbeeld van rood zilver met wit kitten (O-). Deze kater heeft een effen blauw met wit vader. Hij is dus TtDd. We weten dus dat hij voor verdund  en effen nageslacht kan zorgen maal de juiste partner. Zijn vader heeft tevens geen zilver dus is dit katertje ook heterozygoot voor zilver (Ii). Zijn moeder heeft geen wit, dus ook is hij heterozygoot voor met wit.

 

Het katertje hier naast is rood zilver tabby. We kunnen pas weten of hij zonder zilver kan vererven als één van zijn beide ouders zonder zilver blijkt te zijn. Als beide ouders zilver zijn, dan is het afwachten of hij nageslacht zonder zilver kan krijgen. Het zilvergen is zoals je weet dominant.
 

Meer foto's met tekst volgen

17: Polygenen

Info volgt

Hieronder een link van een website aangaande genetica bij katten
http://www.belcat.be/nl/kat/breeds/genetics.htm

 

Terug